Stellingen

Misvatting een: ons voedsel bevat alle vitaminen die we nodig hebben

 

Sommige artsen ontmoedigen het gebruik van vitaminesupplementen en vertellen hun patiënten dat vitaminen alleen maar dure urine opleveren. Andere ‘experts’ proberen ons gerust te stellen en zeggen dat we alleen maar gezonde en evenwichtige voeding hoeven 

 te nemen om alles wat ons lichaam nodig heeft binnen te krijgen. 

De voedingsrichtlijnen uit 2005 van twee Amerikaanse ministeries, van landbouw en van volksgezondheid, geven ons het volgende  advies ten aanzien van vitaminen en voeding: 

Aan de behoefte aan voedingsstoffen dient in eerste instantie voldaan te worden door het consumeren van voedsel. Voedsel bevat een scala aan voedingsstoffen (fytochemische stoffen, antioxidanten en dergelijke) en andere verbindingen die een gunstige uitwerking hebben op de gezondheid. Supplementen kunnen nuttig zijn als ze een vastgesteld specifiek tekort aan voedingsstoffen opheffen en als aan deze behoefte via de inname van voedsel niet wordt of kan worden voldaan.  Voedingssupplementen zijn geen vervanging voor gezonde voeding. 

In een ideale wereld zou dit een goed advies zijn, de moeite waard om ter harte te nemen. Maar zoals je waarschijnlijk wel weet, leven we in een verre van ideale wereld die, waar het de beschikbaarheid en de kwaliteit van voedingsstoffen betreft, waarvan wij voor onze gezondheid afhankelijk zijn, een beslist grimmige realiteit laat zien. 

We moeten beginnen bij een eenvoudig biologisch feit: vitaminen en mineralen zijn essentieel voor onze gezondheid en het menselijk lichaam kan het meeste van wat het nodig heeft niet zelf produceren. Wij halen voedingsstoffen uit het voedsel dat wij eten en uit supplementen die we gebruiken en die van voedsel afkomstig zijn. 

Ooit bevatte de grond waarop wij ons voedsel verbouwen alle voedingsstoffen die ons lichaam nodig heeft. Tegenwoordig echter bevat de meeste biologische landbouwgrond slechts 2 tot 4 procent organisch materiaal, terwijl dat meer dan 20 procent zou moeten zijn. Het meeste voedsel werd ooit vers gegeten, kort na het oogsten, zodat de voedingsstoffen grotendeels behouden bleven. Dat begon in de twintigste eeuw, met de introductie van pesticiden, herbiciden en andere chemische stoffen, te veranderen. Daarnaast wordt ons voedsel op grote schaal bewerkt en worden er conserveringsmiddelen en andere zaken aan toegevoegd. 

Als sinds 1936, toen in de Amerikaanse Senaat een rapport werd gepresenteerd dat bekendstaat als Document 264, is de minerale verschraling van de bodem en de verarming van ons voedsel een bron van grote zorg. Hoewel dit rapport geen officieel regeringsrapport of -onderzoek was, maar slechts een herdruk van een artikel in de media dat door senator Duncan Fletcher ter beoordeling was voorgedragen, vertegenwoordigde het een nieuwe kijk op de uitputting van onze landbouwgrond. Hier is zijn enkele 

 passages. 

De meesten van ons leiden vandaag de dag aan een gevaarlijk tekort aan voedingsstoffen, dat niet kan worden weggenomen zolang in de uitgeputte grond waarvan ons voedsel afkomstig is de juiste mineralenbalans niet hersteld wordt. Het fruit, de groenten en de granen die nu worden geproduceerd op miljarden hectaren landbouwgrond waarin bepaalde, noodzakelijke mineralen niet meer in voldoende mate voorkomen, kunnen het gebrek dat wij lijden niet wegnemen, hoeveel we er ook van eten. 

Autoriteiten op dit gebied stellen dat 99 procent van de wereldbevolking een tekort aan deze mineralen heeft en dat een duidelijk gemis aan een of meer belangrijke mineralen feitelijk resulteert in ziekte. Iedere verstoring van de balans en ieder aanzienlijk tekort aan een of ander element, hoe minimaal de behoefte eraan ook is, heeft tot gevolg dat wij ziek worden, lijden en ons leven bekorten. Als het lichaam gebrek heeft aan vitaminen, kan het enigermate gebruikmaken van mineralen, maar bij een gebrek aan 

  mineralen zijn vitaminen nutteloos. 

Een sprong van vijftig jaar in de tijd brengt ons naar de eerste conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling in 1992, beter bekend als de Klimaattop, die gehouden werd in Brazilië. Daar werd aan 108 staatshoofden een rapport gepresenteerd dat was samengesteld door landbouwexperts. In dat rapport werd aangetoond in welke mate voedingsstoffen wereldwijd in oogsten ontbraken. Het bleek nog erger te zijn dan men tevoren had aangenomen. 

Volgens dit rapport is in de twintigste eeuw in Noord-Amerika zo’n 85 procent van alle voedingsstoffen uit oogsten verdwenen. In Azië en Zuid- Amerika ligt dit percentage op 76 procent, in Afrika op 74 procent en in Europa op 72 procent. De voedingsstoffen zijn uit de oogsten verdwenen als gevolg van het gebruik van kunstmest, pesticiden, herbiciden, intensieve landbouwmethoden, irrigatie 

 en andere ingrepen door de mens. 

Ten minste 90 procent van de verdwenen voedingsstoffen wordt beschouwd als essentieel voor onze gezondheid, waaronder 60 mineralen en 16 vitaminen, die van cruciaal belang zijn voor een goed functionerend immuunsysteem. Stel je nu even voor wat er gebeurt met voedsel dat op deze verarmde bodem is verbouwd en daarna door grote voedselverwerkende bedrijven wordt verwerkt en ‘verrijkt’ met synthetische conserveringsmiddelen, kleurstoffen en andere toevoegingen. De voedingswaarde ervan neemt nog eens met minstens 80 procent af, zowel wat betreft mineralen als wat betreft vitaminen. Tegen de tijd dat dit voedsel wordt verhit door koken, wat de voedingswaarde nog verder omlaag brengt, is er voor het lichaam niets meer over om op te nemen. 

In de periode van 1973 tot 1997 zijn volgens het Amerikaanse ministerie van landbouw de voedingsstoffen in iedere categorie groenten die in de Verenigde Staten wordt verbouwd dramatisch afgenomen. In broccoli is de hoeveelheid calcium in die periode met 53 procent afgenomen, de hoeveelheid thiamine met 35 procent en de hoeveelheid niacine met 29 procent. Metingen bij ui, peen en een lange lijst andere groenten laten soortgelijke afnamen van essentiële voedingsstoffen zien. 

Buiten het feit dat dit uitgebreide verlies aan voedingsstoffen in iedere stap van het productie- en verwerkingsproces ons er niet van doordrongen heeft dat we onze voeding moeten aanvullen, weten we ook dat maar weinig mensen voldoen aan de richtlijnen die gelden voor de minimale consumptie van groente en fruit. De Centers for Disease Control and Prevention in de Verenigde Staten hebben op 15 maart 2007 gemeld dat minder dan een derde van de burgers in dat land de door de regering aanbevolen dagelijks hoeveelheid groente en fruit binnenkrijgt. Slechts 27 procent van de volwassenen (uit een proef onder 305.000 personen) eet iedere dag voldoende groente om de vitaminen en mineralen binnen te krijgen die het lichaam beschermen tegen chronische ziekten en kwalen. 

Geen wonder dat wetenschappelijk onderzoek inmiddels bewijzen genereert voor een directe samenhang tussen dit gebrek aan vitaminen en mineralen en een hele reeks ziekten. In een studieverslag dat in 2005 is verschenen in The Journal of Psychiatric Practice , getiteld ‘A Double-Blind, Placebo-Controlled Exploratory Trial of Chromium Picolinate in Atypical Depresssion’, werd bij 113 personen tussen 18 en 65 jaar ontdekt dat degenen die tekenen van depressie vertoonden ook positief testten op chroomgebrek; chroom is een mineraal dat normaal gesproken voorkomt in onder meer granen en fruit. Toen de personen met depressieve verschijnselen chroomsupplementen kregen, vertoonden hun symptomen een ‘significante verbetering’, aldus de auteurs van het onderzoek, waaronder John Docherty. Voor de naar schatting 30 miljoen mensen in de Verenigde Staten met depressies zou dit een lichtpuntje kunnen betekenen. 

Ander wetenschappelijk onderzoek heeft een reeks gezondheidsvoordelen laten zien van het gebruik van extra vitaminen en mineralen. Symptomen van artritis blijken verband te houden met een tekort aan vitamine B5 en er is aangetoond dat vitamine B3 (niacine) de souplesse van de gewrichten vergroot en gewrichtsontstekingen vermindert. Veel mensen met artritis lijden tevens aan een ernstig calciumtekort. De Rheumatoid Disease Foundation prijst boriumsupplementen aan ter verlichting van reumatische artritis en osteoartritis, kwalen waaraan alleen al in de Verenigde Staten 20 miljoen mensen lijden. 

Onderzoek heeft aangetoond dat vitamine C, vitamine E en bètacaroteen van essentieel belang zijn voor de gezondheid van de ogen. Een groot aantal epidemiologische studies heeft gebrek aan vitamine E en bètacaroteen bovendien in verband gebracht met hartkwalen. In The Journal of Nutrition zijn onderzoeksresultaten gepubliceerd waaruit blijkt dat multivitaminen hartaanvallen kunnen verminderen. Negen willekeurige controletests hebben laten zien dat chroomsupplementen de insulinegevoeligheid en de beheersing van de bloedsuikerspiegel bij diabetespatiënten doen toenemen. De lijst met mogelijke voordelen voor de gezondheid is heel lang. 

Sommige vitaminen en mineralen, zoals selenium en vitamine C en E, spelen in het lichaam de rol van antioxidanten en werken synergetisch samen als onze eerste verdediging tegen kanker en hartkwalen. ‘Het feit dat met reguliere voeding de aanbevolen dagelijkse dosis niet wordt gehaald, leidt tot de noodzaak van antioxidantensuppletie’, merkt Yousry Naguib op, productmanager van SoftGel Technologies in Los Angeles, in een commentaar op vragen van een handelsblad uit 2004. ‘Antioxidanten werken gewoonlijk op een synergetische manier samen. Ze vormen een onderling samenhangend verdedigingssysteem dat ons beschermt tegen ziekten die verband houden met oxidatieve stress.’ 

Veel medische experts beginnen in niet mis te verstane taal te wijzen op de voordelen van voedingssupplementen. ‘Wij beschikken inmiddels over uitgebreide gegevens die erop wijzen dat, als mensen dagelijks enkele voedingssupplementen zouden gebruiken, zij een significant kleinere kans lopen op talloze ernstige ziekten’, aldus dr. David Heber, een van de oprichters van het Center for Human Nutrition van de universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA). Tijdens zijn verklaring voor een commissie van het Amerikaanse congres in 2002, waarin hij uitgebreid inging op zijn onderzoek naar het gebruik van plantaardige supplementen voor de behandeling van kanker en andere ziekten, maakte dr. Heber de volgende opmerkingen over de rol van vitaminen in ons leven. 

De moderne mens heeft zich ongeveer 50.000 jaar geleden in Afrika ontwikkeld in een heus paradijs, toen onze genen in evenwicht waren met een kleurrijk dieet van plantaardig voedsel en talloze minder bekende kruidensoorten, die onze voeding verrijkten en voordelen voor onze gezondheid met zich meebrachten. Een van de gevolgen van onze moderne voedselproductie is het verlies van deze diversiteit. Toen ik bijna dertig jaar geleden medicijnen studeerde, werd mij geleerd dat je alle noodzakelijke vitaminen binnenkrijgt door iedere dag van de vier basisgroepen voedingsmiddelen te eten. Tegenwoordig weten we dat dit niet klopt. Veel onderzoeksresultaten wijzen erop dat vier basissupplementen, te weten een multivitamine met foliumzuur, vitamine E, vitamine C en calcium, bij alle Amerikanen de kans op chronische ziekten verkleinen. 

Eveneens in 2002 publiceerde The Journal of the American Medical Association een studie getiteld ‘Vitamins for Chronic Disease Prevention in Adults’, waarin een overzicht werd gegeven van 30 jaar medisch onderzoek naar chronische ziekten en vitaminen. Het was voor de onderzoekers, K.M. Fairfield en R.H. Fletcher van de universiteit van Harvard, duidelijk dat een tekort in onze voeding aan vitaminen en mineralen het gevaar meebrengt van kanker, hartkwalen en een reeks andere gezondheidsproblemen. ‘Iedere volwassene zou iedere dag een multivitamine moeten innemen’, was hun conclusie. 

In 2004 liet de Council for Responsible Nutrition in Washington DC een waarschuwing uitgaan en drong er bij consumenten op aan om als basis van een goede gezondheid en ter voorkoming van ziekten regelmatig gebruik te maken een van multivitaminepreparaat. De volgende gezondheidsvoordelen van het gebruik van vitaminesupplementen werden genoemd: een verbeterd immuunsysteem, bescherming tegen staar, een beter denkvermogen en gezondere botten. 

Het vertrouwen van de consument dat ons voedsel in al onze behoeften kan voorzien is gedaald sinds er steeds meer bewijs voor tekorten in onze voeding komt. Onderzoeken die in 1994 zijn uitgevoerd door Multi-Sponsor Surveys van Princeton University (New Jersey) brachten aan het licht dat 70 procent van alle vrouwen in de Verenigde Staten meende dat hun voeding voldoende vitaminen en mineralen bevatte; maar dit vertrouwen was in 2000 gedaald naar 46 procent van de ondervraagden. 

Het feit dat slechts een derde van ons regelmatig supplementen gebruikt, terwijl twee derde zich bewust is van de noodzaak hiervan, toont ons een kloof die alleen gedicht kan worden door goede voorlichting. Hoe kunnen wij ons, met alle bewijzen dat onze voeding ons niet de vitaminen en mineralen verschaft die ons lichaam nodig heeft, veroorloven GEEN supplementen te gebruiken om de tekorten in onze voeding op te heffen? De gezondheid en het welzijn van jou en degenen die je na staan kunnen afhangen van het antwoord op deze vraag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *