Stellingen

De geschiedenis van vitaminen

Je vraagt je inmiddels misschien af wat vitaminen precies zijn en hoe we ons ooit bewust zijn geworden van het belang ervan voor onze gezondheid. Een kort antwoord op het eerste deel van deze vraag is dat vitaminen biologische micronutriënten zijn die van essentieel belang zijn voor de stofwisseling van de mens. In tegenstelling tot vetten, koolhydraten en sommige eiwitten, worden vitaminen niet omgezet in energie. De meeste ervan worden niet door het lichaam aangemaakt, maar zijn in minieme hoeveelheden aanwezig in natuurlijke voedingsmiddelen. Elk van deze van nature voorkomende biologische verbindingen heeft een specifieke, vitale functie en is nodig om het lichaam gezond te houden. 

De bekende vitaminen worden verdeeld in vier in vet oplosbare typen (A, D, E en K) en negen in water oplosbare typen (acht Bvitaminen en vitamine C). De in vet oplosbare vitaminen kunnen in het lichaam worden opgeslagen en hoeven niet dagelijks te worden ingenomen met ons voedsel. Omdat in vet oplosbare vitaminen niet met de urine worden uitgescheiden, is een teveel ervan giftig. In water oplosbare vitaminen worden gemakkelijker uitgescheiden 

en kunnen in grote hoeveelheden worden ingenomen zonder vergiftigingsverschijnselen. Vitamine C en de acht B-vitaminen (behalve vitamine B12 en foliumzuur) zijn in water oplosbaar. Ze kunnen niet worden opgeslagen en moeten daarom voor een optimale gezondheid regelmatig worden ingenomen. 

Ter aanduiding van het type hebben vitaminen ooit letters gekregen die hun chemische benaming aanduiden. Niet veel mensen zullen vitamine E als d- alpha-tocoferolsuccinaat kennen, maar de meeste mensen weten wel wat ‘vitamine E’ is en waar die voor dient. Sommige voedingsfactoren kregen oorspronkelijk de naam ‘B’, maar bleken zich helemaal niet als vitaminen te gedragen. Misschien heb je nog nooit gehoord van vitamine B4, 8, 9, 10 en 11, die uiteindelijk als vitaminefactoren werden verworpen. 

Hoewel onze kennis van vitaminen als belangrijke nutriënten pas van relatief recente datum is, erkenden oeroude geneeswijzen, die tot wel vijfduizend jaar teruggaan, wel dat bepaalde kruiden en groenten onzichtbare substanties bevatten met een energie of 

 levenskracht die ernstige ziekten konden keren. 

In het oude Egypte en het oude Griekenland was bijvoorbeeld bekend dat nachtblindheid dikwijls met succes behandeld kon worden met peen. Tegenwoordig weten wij dat deze oude remedie werkt vanwege de natuurlijke vitamine A die in deze groente voorkomt. Of hun inzicht nu voortkwam uit gezond verstand, waarneming of louter intuïtie, deze oude culturen begrepen het principe van een levenskracht die aanwezig is in het voedsel dat de natuur ons schenkt en die de gezondheid van de mens in stand kan 

 houden en zelfs kan herstellen. 

Ons inzicht in dit principe nam in 1747 enorm toe, toen de Schotse scheepsarts James Lind ontdekte dat een onbekende stof die voorkwam in citroenen, limoenen, ander fruit en bepaalde groenten, scheurbuik kon voorkomen, een ziekte die onder zeelieden in die tijd een ernstig probleem vormde. Deze voedingsstof zou uiteindelijk blijken vitamine C te zijn. 

Tussen 1650 en 1850 overleed de helft van alle zeelui aan scheurbuik, een ziekte die in die tijd een veelvoorkomende en dodelijke ziekte was. De Britse marine verloor meer manschappen aan scheurbuik dan door de oorlogen die ze voerde. In 1753 publiceerde James Lind zijn Treatise on Scurvy. In de veertig jaar die het duurde voordat hij serieus werd genomen, overleden er meer dan honderdduizend Engelse zeelui aan de ziekte. Toen zijn werk uiteindelijk door de Royal Navy werd erkend en op waarde werd geschat, werd op alle schepen het eten van citrusfruit en ander voedsel met veel vitamine C verplicht gesteld. 

Scheurbuik is een ernstige bloedziekte die futloos maakt, het immuunsysteem aantast en spontane bloedingen tot gevolg heeft, dikwijls met de dood als gevolg. Ondanks het feit dat degenen die citrusvruchten en kikkererwtenkiemen aten om scheurbuik te voorkomen geen enkele kennis van vitaminen bezaten, zoals wij tegenwoordig wel hebben, wist men dat er in citrusfruit en groenten iets zat dat scheurbuik voorkwam. Omdat limoenen goed te bewaren zijn, waren die de eerste keus van zeekapiteins om aan hun bemanning uit te delen. Het gebruik van limoenen (limes) op de Britse marine- en koopvaardijschepen zorgde ervoor dat Britse zeelieden en de inwoners van de Britse eilanden de bijnaam limeys kregen. Men ontdekte dat rauwe aardappelen eveneens kleine hoeveelheden vitamine C bevatten en dus ook scheurbuik konden voorkomen. 

In de jaren zestig van de negentiende eeuw toonde Louis Pasteur aan dat veel ziekten verband hielden met microscopisch kleine organismen. Niet lang daarna werd het concept van infectie door ‘ziektekiemen’ de basis van de westerse theoretische geneeskunde. In die tijd dacht men dat beriberi en pellagra infectieziekten waren. Beriberi kan leiden tot mentale stoornissen, algehele verzwakking en verdoofde ledematen, waardoor de hartspier verzwakt kan raken en er hartkwalen kunnen ontstaan. Pellagra had spijsverteringsstoornissen, huiduitslag, geheugenverlies, hallucinaties en uiteindelijk de dood tot gevolg, tenzij het werd behandeld met vitamine B. Later ontdekten dr. William Fletcher en anderen dat het eten van volle granen, die rijk zijn aan vitamine B, deze kwaal voorkwam. 

Deze ontdekkingen omtrent de uitwerking van vitaminen op onze gezondheid ontwikkelden zich verder toen William Fletcher, een Engelse arts, rond 1905 in Kuala Lumpur experimenteerde met bewoners van een gesticht. Beriberi was een gebreksziekte die destijds veel voorkwam in de rijstculturen van Azië. Fletcher geloofde dat de speciale voedingsstoffen die voorkwamen in de vliesjes van rijstkorrels beriberi konden voorkomen. Fletcher toonde aan dat bijna 25 procent van degenen die gepelde, van vitamine B beroofde rijst (witte rijst) aten beriberi kreeg, terwijl dat voor minder dan 2 procent gold van de 123 patiënten die ongepelde rijst aten (bruine rijst, die vitamine B bevat). Zijn experiment bewees zijn theorie en leidde tot de ontdekking van vitamine B1 (thiamine) en andere B-vitaminen. 

In 1912 ging de 28 jaar oude uit Polen afkomstige Casimir Funk, die werkte aan het beroemde Lister Institute in Londen, nog een stap verder dan Fletcher. Funk toonde aan dat vitaminen van essentieel belang zijn voor een goede gezondheid. Hij kwam met de hypothese dat een tekort aan een bepaalde vitamine ziekten kan veroorzaken. Hij isoleerde de actieve stoffen uit het vliesje van de rijstkorrel die beriberi voorkwamen, en bedacht de term ‘vitamine’: een belangrijke stof in voedsel die van vitaal belang is voor het leven. Vita betekent leven en amine is afkomstig van de stikstofverbindingen die voorkomen in de thiamine (vitamine B) die Funk uit de rijstvliesjes had verkregen. (Aangenomen werd dat de stikstofverbindingen leken op aminen, maar de chemische parallellen werden later ontkracht.) 

Het jaar 1913 betekende een belangrijk keerpunt, in positieve en negatieve zin, in de geschiedenis van de bestudering van voedingsstoffen, want in dat jaar richtte een groepje invloedrijke wetenschappers zich op het isoleren van vitamine-elementen uit 

 voedingsstoffen. 

Thomas Osborne en Lafayette Mendel voerden aan Yale University experimenten uit en ontdekten dat boter een stof bevatte die noodzakelijk is voor de natuurlijke groei en ontwikkeling van de mens. Dit element werd bekend als de in vet oplosbare vitamine A. De chemische aard ervan werd in 1933 vastgesteld en in 1947 werd er een gefractioneerde synthetische versie van gemaakt. In de periode daarna werden er al snel meer vitaminen ontdekt. Men trof in koemelk groei stimulerende elementen aan, waaronder de in water oplosbare B -vitaminen. Tot de jaren dertig van de vorige eeuw was het alleen bekend als vitamine ‘B’, maar inmiddels weten wij dat het om een ‘B-complex’-familie gaat. 

In 1928 vormde een groep Amerikaanse biochemici en fysiologen, die in het herkennen van nutriënten een nieuwe specialisatie binnen de biowetenschappen zagen, de eerste wetenschappelijke vereniging die zich concentreerde op voeding. Alle leden die bij de oprichting betrokken waren, hielden zich actief bezig met onderricht en het schrijven van lesmateriaal en academische artikelen over deze nieuwe discipline. Hun nieuwe ‘Nutrition Society’ bracht het gebruik van vitaminen breed onder de aandacht. 

Het was oorspronkelijk de bedoeling van deze vereniging, het American Institute of Nutrition, om een tijdschrift uit te geven waarin onderzoeksrapporten op het gebied van voeding gepubliceerd konden worden. De oprichters vormden de redactieraad van het tijdschrift van de vereniging, dat de naam Journal of the American Institute of Nutrition droeg. De vereniging werd in 1933 opengesteld voor nieuwe onderzoekers en hield in 1934 haar eerste wetenschappelijke congres aan de Cornell Medical School. In 1941 volgde de officiële affiliatie met de Federation of American Societies for Experimental Biology. Sinds 1996 draagt de vereniging de naam American Society for Nutritional Sciences. Zij is de oudste en meest vooraanstaande wetenschappelijke verenging op het terrein van 

 voeding. 

In de jaren dertig van de vorige eeuw bracht een plotselinge stroom van wetenschappelijke ontdekkingen de biochemische functies van de verschillende vitaminen aan het licht en werd duidelijk waarom het lichaam ze nodig heeft. Sindsdien zijn verschillende vitaminen in ruime mate beschikbaar in talloze bewerkte levensmiddelen die op grote schaal commercieel geproduceerd worden. Veel brood, pasta en andere graanproducten worden evenals veel zuivelproducten, dranken en desserts met synthetische vitaminen verrijkt. Het is zelfs zo goed als onmogelijk om een verrijkt voedingsproduct te vinden dat niet een synthetische vitamine bevat. 

Hoewel de wetenschap in deze begintijd talloze waardevolle ontdekkingen heeft gedaan die hebben bijgedragen tot inzicht in de rol die individuele vitaminen spelen in onze gezondheid, heeft het proces van identificeren en isoleren van vitaminen geleid tot de verkeerde aanname (die inmiddels bijna een eeuw door de meerderheid van voedingswetenschappers onderschreven wordt) dat vitaminen in geïsoleerde toestand even effectief en bevorderlijk voor de gezondheid zijn als in hun natuurlijke toestand in volwaardige 

 voeding. 

De wetenschappers bedoelden het goed, maar ze beseften niet dat de weg die ze bewandelden een verkeerde basis legde voor een wetenschappelijke benadering van voeding. Ze misten eenvoudig het inzicht dat de uitwerking van een vitamine afhankelijk is van cofactoren, die slechts aanwezig zijn als een vitamine haar natuurlijke toestand behoudt, zoals in volwaardig voedsel of in 

 supplementen die daaruit worden gemaakt. 

Helaas is deze algemeen geaccepteerde maar onjuiste ‘waarheid’ nog steeds het leidende principe van moderne gezondheids-, voedings- en voedingswetenschappelijke protocollen, die zich uitsluitend bezighouden met het isoleren en repareren van delen van 

 het geheel, zonder rekening te houden met het geheel zelf. 

Ondanks de overvloed aan kennis over voeding, ontbreekt het wetenschappers nog steeds aan het vermogen om waar te nemen en te begrijpen hoe voedingsstoffen werken. De wetenschap heeft ons inmiddels laten zien dat er een overvloed aan cofactoren bestaat binnen en rondom de essentiële voedingsbestanddelen (vitaminen), die van wezenlijk belang zijn voor hun juiste werking. Deze microscopisch kleine en dikwijls onzichtbare elementen kunnen voor wat betreft hun werking even belangrijk zijn als de vitamine zelf. Zelfs op het meest basale niveau zullen vitaminen en mineralen zonder hun cofactoren nooit voor honderd procent functioneren. Dit is de reden dat door de mens gemaakte chemische supplementen het lichaam niet voorzien van de nutriënten die het nodig heeft. Ongelukkigerwijs kunnen deze synthetische stoffen ook nog het immuunsysteem verzwakken en mogelijk een milieu scheppen waarin ziekten kunnen gedijen. Dit is reden om ze toxisch te noemen. 

Gelukkig geven steeds meer mensen tegenwoordig de voorkeur aan een natuurlijke levenswijze, die het gebruik inhoudt van volwaardige voeding en van nature in volwaardige voeding voorkomende supplementen als weg naar gezondheid en geluk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *